Over de auteur


Koos Dirkse (Leiden, 1947) begon zijn loopbaan niet achter een schrijftafel, maar in de praktijk. Na zijn diensttijd, die in 1968 eindigde, trad hij in dienst bij het toenmalige ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, waar hij sociaaleconomisch onderzoek deed. In de jaren zeventig volgde hij een automatiseringsopleiding en leerde hij programmeren in vier verschillende computertalen, een vaardigheid die zijn latere loopbaan blijvend zou kleuren. Met computermodellen onderbouwde hij het beleid van het ministerie..

In 1981 trad hij in dienst bij AZL, het huidige LUMC, waar hij dertien jaar werkzaam zou blijven. Om beter met de medici te kunnen communiceren, studeerde hij daarnaast geneeskunde aan de Universiteit Leiden. Na vijf jaar moest hij de studie afbreken: de coschappen waren niet te combineren met zijn baan en die baan op zijn beurt niet met een gezin met vier kinderen.

Toch bleek de theoretische kennis die hij had opgedaan van blijvende waarde. Ze stelde hem in staat om met specialisten in gesprek te gaan en daarop voort te bouwen, kennis die zich, dankzij zijn brede praktijkervaring en het contact met vrijwel elk specialisme, in de jaren daarna alleen maar verdiepte.
Binnen het ziekenhuis werkte hij aan een project dat de medische dossiervoering en de facturatieprocessen ingrijpend verbeterde: betere communicatie en aanzienlijk minder administratie. Het systeem werd uiteindelijk door meer dan veertig ziekenhuizen gebruikt. Er werd een stichting opgericht en Koos Dirkse werd benoemd tot directeur van de stichting die verantwoordelijk was voor het beheer en de verdere ontwikkeling ervan.

Later begon hij voor zichzelf: eerst met een computerbedrijf, Mediteq, vervolgens met Medisoft, gericht op het digitale patiëntendossier en met Medichip, voor de real-time verwerking van medische gegevens, tarieven en facturatie. In diezelfde periode begon hij ook te schrijven, aanvankelijk enkele tientallen pagina’s in De Telegraaf en meer dan negenhonderd artikelen op medisoft.nl, voordat hij de overstap maakte naar het schrijven van boeken.

Zijn boeken bestrijken een breed terrein: gezondheidszorg, geschiedenis, religie, techniek, infrastructuur en samenleving, maar ook woningbouw en ziektebeelden. Ook de vraag hoe de mens zich verhoudt tot een wereld die steeds sneller, digitaler en systematischer wordt, is een terugkerend thema.
Wat zijn boeken kenmerkt, is de eenvoud waarmee vaak complexe materie wordt beschreven, zodat iedereen ervan kan profiteren.