Groene energie

Groene Energie, ten koste van alles?

Tussen klimaatdoel en horizon

Dit boek onderzoekt de ruimtelijke gevolgen van de Nederlandse energietransitie in een land waar grond historisch schaars en zorgvuldig ingericht is. De auteur betwist de noodzaak van verduurzaming niet, maar stelt de volgorde ervan ter discussie: wordt de energietransitie georganiseerd volgens duidelijke ruimtelijke hiërarchie, of ontstaat zij als optelsom van losse projecten?

Het boek behandelt achtereenvolgens de impact van windturbines en zonnevelden op landschap, geluid en leefomgeving; de financiële en systeemkosten van wind- en zonne-energie inclusief netcongestie; grondstoffenafhankelijkheid en geopolitieke risico’s; en bestuurlijke regie via Rijk, provincies en gemeenten. Een apart hoofdstuk vergelijkt energiebronnen op ruimtebeslag en productiedichtheid, met bijzondere aandacht voor kernenergie als ruimte-efficiënt alternatief. Verdere hoofdstukken behandelen de sociale verdeling van lasten, een internationale vergelijking, economische concurrentiekracht, natuur en biodiversiteit, en de haalbaarheid van klimaatdoelen.

Centraal staat een “volgordemodel”: eerst bestaande verharding (daken) benutten, dan concentreren in technische landschappen, vervolgens opschalen op zee, en open agrarisch landschap pas als laatste optie inzetten. Het boek confronteert ook tegenargumenten van voorstanders van snelle uitrol en illustreert de spanning tussen nationaal beleid en lokale beleving aan de hand van concrete casussen.

De conclusie: de energietransitie is noodzakelijk, maar noodzakelijkheid ontslaat beleid niet van ordening. Nederland heeft zichzelf eeuwenlang doelbewust vormgegeven; die traditie van ruimtelijke discipline verdient ook in het energietijdperk een plaats.

ISBN: 978-94-6533-441-7

Prijs: € 22,95


Bestellen