
60 medische ontdekkingen
Dit boek vertelt de geschiedenis van de geneeskunde aan de hand van zestig ontdekkingen die niet ontstonden uit geplande vooruitgang, maar uit toeval, vergissingen en onverwachte observaties. Van het pokkenvaccin van Edward Jenner (1796) tot de mRNA-vaccins tegen COVID-19 (2020) beslaat het boek ruim twee eeuwen medische geschiedenis, chronologisch geordend in zes delen.
De rode draad is serendipiteit: niet het toeval zelf, maar de bereidheid van onderzoekers om een afwijkend resultaat serieus te nemen in plaats van het te negeren. Zo ontdekte Alexander Fleming penicilline via een besmette petrischaal, vond Laennec de stethoscoop door een opgerold vel papier, en leidde een verkeerd geplaatste elektrode tot de ontdekking van cisplatine als antikankermiddel. Ook mislukkingen komen aan bod: een mislukt antipsychoticum werd het eerste antidepressivum (imipramine), en rattengif werd de bloedverdunner warfarine.
Het boek behandelt fundamenten als anesthesie, antiseptische chirurgie en röntgenstralen; de farmacologische revolutie met insuline, bloedgroepen en sulfonamiden; de naoorlogse antibiotica- en transplantatiegeneeskunde; de psychiatrische en chirurgische omwenteling van chloorpromazine tot de pacemaker; en de biologische revolutie van ACE-remmers tot CRISPR-Cas9. Een bijzonder hoofdstuk beschrijft de Nederlandse toepassing van LSD in de traumatherapie van psychiater Jan Bastiaans in Leiden.
Het overkoepelende thema: medische vooruitgang verloopt zelden lineair. Achter vrijwel elke doorbraak schuilt een onderzoeker die, geconfronteerd met iets onverwachts, besloot niet weg te kijken.
ISBN: 978-94-6533-465-3
Prijs: € 29,50
